Oortmanmolen

Algemeen:
De Lattropper Oortmanmolen is een werkmolen met een maal- en distributiefunctie. In deze molen wordt wekelijks ambachtelijk graan gemalen tot meel voor Twentse bakkers en slagers. Ook particulieren kunnen diverse soorten meel kopen. Een receptenboekje kan hier worden bijgeleverd.
Ook is het mogelijk te trouwen in de Oortmanmolen. De ambachtelijke uitstraling en het intieme karakter van de steenzolder waar de trouwplechtigheid plaatsvind blijft een aantrekkelijke optie voor het ja-woord. De molenaars zorgen er tegen die tijd wel voor dat de molen voor de bruidsparen keurig in orde, stofvrij en sfeervol gereed is!

Zie ook verder onder Verkoop, of Huwelijken voor aanvullende mogelijkheden.

Openingstijden:
zaterdag
01/04 - 31/1010:00 - 13:00 uur
01/11 - 31/0310:00 - 12:00 uur
 
Meer informatie via:
dhr. A. Gunst0541-625954
of via de secretaris0541-235306
 
Adres molen
Hoonhorst 2, Lattrop
Contact

Geschiedenis
In 1907 vestigde zich de in 1880 te Weerselo geboren Johannes Oortman als exploitant van een motormalerij in Lattrop. Oortman had voor zijn komst naar Lattrop als knecht op de Tilligter molen en in de daarbij behorende bakkerij gewerkt. Hij was getrouwd met Aleida Geertruida Reerink (geboren 1877 te Denekamp), die een dochter was van Jan Gradus Reerink. Deze laatste had de eerste windmolen te Lattrop laten bouwen.
Wat er met het malerijgebouw van Johannes Oortman gebeurd is weet men niet, maar feit is dat in 1909 Oortman besloot om ter plaatse een windkorenmolen op te richten, met daarin een motor, om zo nodig zonder windkracht te kunnen malen. Uiteraard was dat in 1909, toen de malerijen met motorkracht snel in opmars waren, een groot waagstuk.
Oortman kocht van Abel Makken voor Fl. 1400,- (nu ca. € 635,-) in Tjamsweer (bij Appingedam) een uit 1779 stammende molen. Deze was als pelmolen gebouwd en in 1810 omgebouwd tot oliemolen. Nadat de molen was afgebroken werd hij per schip vervoerd en in het kanaal Almelo - Nordhorn bij Keizer uitgeladen. Van daar ging het verder met paard en wagen naar Lattrop. Veel 'noabers' hebben daarbij geholpen.

De opbouw van deze tweede Lattropper windmolen en de ombouw tot korenmolen begon in 1909 en werd in 1910 voltooid. Dit gebeurde onder architectuur van molenbouwer Rudolph van Housselt uit Coevorden. Van Housselt overleed in 1910 en heeft 'zijn' creatie niet in werking mogen zien. De molen werd opgetrokken op een stenen onderstuk. Mogelijk zijn hiervoor de stenen van de aanvankelijke motormalerij gebruikt. De 15 meter hoge romp was bedekt met geasfalteerd hout en had drie zolders. Op de eerste zolder, de meelzolder, stond het drijfwerk om ook met de motor te kunnen malen. De tweede zolder was de z.g. steenzolder. Via deze ruimte kon men tevens op de zwichtstelling komen om bijvoorbeeld 'de wieken op de wind te zetten'.
Het deel van de molen boven de zwichtstelling was rietgedekt.
De petroleummotor werd onder in de molen in een afgesloten ruimte geplaatst. Hierdoor had Oortman de mogelijkheid om zowel met wind (goedkoper, een vaatje dieselolie kostte in die tijd Fl. 2,50 (ong. € 1,13)) als op motorkracht te draaien (continuďteit).
Tijdens de opbouw bleek dat de as van de molen niet meer aan de eisen van die tijd voldeed en moest worden vervangen door een nieuwe. Molenbouwer van Housselt ging op zoek naar geschikt hout. Hij belandde uiteindelijk in de bossen van Singraven, waar een geschikte eikenboom met een doorsnee van 1,20 meter stond. Nadat deze was geveld, werd hij door zes paarden naar een zandweg getrokken, waar een 'Mallejan' stond te wachten om hem naar Lattrop te brengen. Het maken van de as moet een zwaar karwei zijn geweest. De lengte bedroeg 5˝ meter. Het vooreind waaraan de wieken moesten worden bevestigd was vierkant, terwijl het achtereind taps toeliep. Hier zullen slijp- en wetsteen dikwijls aan te pas zijn gekomen.

In 1911 is de molen tenslotte weer in gebruik genomen.
Het kwam voor dat men 's nachts moest malen, als het druk was en er plotseling een gunstige wind opstak. Zelfs vanuit Breklenkamp kon men zien of de molen nog draaide. Dan kwamen de boeren met hun rogge en haver. Als knecht hebben bij Oortman onder andere gewerkt, zijn broer Hendrikus en later ene Theodorus Arnoldus Roelofs uit Apeldoorn.

In 1933, de molen had toen al de meest productieve jaren achter de rug, werd een zwaardere dieselmotor geplaatst en vanaf dat jaar heeft de molen niet meer als windmolen gewerkt.
In 1941 werden de activiteiten gestopt.
Een langdurige periode van verval volgde. Wiekenkruis, kap en stelling werden enige jaren later gesloopt en de romp werd ingekort tot de kapzolder. Verdere onttakeling, als gevolg van achterwege blijven van onderhoud en door weersinvloeden, zorgden er voor dat van de eens zo prachtige stellingmolen niet veel meer overbleef dan een ruďne.
Tijdens de oorlogsjaren heeft de politiechef van Denekamp, de heer Damhuis, enkele weken ondergedoken gezeten in de kap van de molen.

In 1978 werd een vergeefse poging ondernomen om het restant geplaatst te krijgen op de rijksmonumentenlijst om zo een restauratie te kunnen bewerkstelligen. Een initiatief, een jaar later, om via een consolidatieplan de molenromp voor instorten en afbraak te behoeden mislukte omdat de kosten ad. Fl. 60.000,- (ca. € 27.230,-) niet uit particuliere middelen konden worden opgebracht.
Op 3 september 1981 werd de 'Stichting Oortmanmolen' opgericht. Aanleiding daarvoor was de mogelijkheid om de molen van de familie Oortman in eigendom over te nemen en met diverse subsidies te laten restaureren.

De molen is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst.

Restauratie Oortmanmolen:
In de periode 1982 - 1983 vond deze restauratie plaats, onder regie van het architectenbureau J.A. de Koning uit Hoofddorp, door molenmakersbedrijf Wintels uit Denekamp.
In verband met een pakhuis van de veevoederhandel van de familie Oortman werd daarbij de molen ca. 12 meter in noordoostelijke richting verplaatst. Met de restauratie is een nieuwe fase ingeluid in het bestaan van deze molenveteraan, waartoe in het riet op de romp het jaartal '1983' staat vermeld. De molen is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst. Vanaf de herbouw in 1909 - 1910 was de toegang gesitueerd aan de Dorpsstraat. Als gevolg van de dorpsuitbreiding is de toegangsweg naar de molen in 1999 verlegd naar de Hoonhorst.
Fotoserie:

Oortmanmolen voor de aankoop, (toen Molen van Makken) rond 1900 in Tjamsweer. Het is de molen links, noordzijde v.h. Damsterdiep.